Statuten

Deze statuten werden goedgekeurd via het KB van 20 juli 2005

“Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde”
Stichting van Openbaar Nut te Antwerpen 2000, Nationalestraat 155
Ondernemingsnummer (RPR) 0410.057.701
Gerechtelijk arrondissement Antwerpen

TITEL I. RECHTSVORM - NAAM - OPRICHTING - ZETEL - DOEL - ACTIVITEITEN – DUUR

Artikel 1. Rechtsvorm, naam en oprichting

De stichting heeft de rechtsvorm van een stichting van openbaar nut, conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen (verder “de Wet” genoemd).

Zij draagt de naam “Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde”, verkort “Instituut voor Tropische Geneeskunde”. De volledige naam en de afgekorte naam mogen gezamenlijk of elk afzonderlijk worden gebruikt.

De stichting werd als instelling van openbaar nut bij authentieke akte, opgemaakt voor notaris Cols te Antwerpen op elf februari negentienhonderd éénendertig, opgericht door de Belgische Staat, destijds vertegenwoordigd door de heer Baron Houtart, Minister van Financiën, door de toenmalige kolonie van Belgisch Congo, destijds vertegenwoordigd door de heer Jaspar, Eerste Minister, Minister van Koloniën, en door de “Commission for relief in Belgium C.R.B. Educational Foundation”, destijds gevestigd te New York (United States of America), Broadway 42.

De oprichting gebeurde onder de hoge bescherming van de Koning, en met tussenkomst en onder de bescherming van de heer Minister van Koloniën en van de Hogeschoolstichting.

De oprichting werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van éénendertig maart negentienhonderd éénendertig en bekendgemaakt in het Staats­blad van vier en vijf mei negentienhonderd éénendertig op bladzijde 2.643.

Artikel 2. Zetel en bestuurstaal

De zetel van de stichting is gevestigd te 2000 Antwerpen, Nationalestraat 155, in het gerechtelijk arrondissement Antwerpen.

De bestuurstaal is het Nederlands.

Artikel 3. Doel en activiteiten

De stichting van openbaar nut “Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde”, verder in deze tekst aangeduid als “het Instituut”, heeft tot doel het verrichten en bevorderen van wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en dienstverlening in hun ruimste zin op het gebied van de menselijke en dierlijke gezondheid, met bijzondere aandacht voor tropische en aanverwante ziekten, en de gezondheidsproblemen en de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden.

De Raad van Bestuur legt de onderwijs-, onderzoeks- en dienstverleningsprogramma’s van het Instituut vast. Gelet op het internationale karakter van zijn opdracht mag het onderwijs aan het Instituut gegeven worden in gelijk welke taal.

In de uitoefening van zijn opdracht kan het Instituut wetenschappelijke en technische deskundigheid of bijstand aanbieden aan elke regionale, nationale en internationale activiteit of instelling die dezelfde doeleinden nastreeft. Het kan haar specifieke deskundigheid ook aanwenden voor medische en wetenschappelijke doeleinden van binnenlandse of Europese aard, en de internationale gezondheidszorg in het algemeen.

Het Instituut kan, ook in samenwerking met andere gewestelijke, nationale of internationale organisaties, klinieken, laboratoria, centra en projecten voor onderzoek en vorming oprichten of beheren, of meewerken aan hun oprichting of beheer.

Gelet op het waardevol patrimonium beoogt het Instituut ook de instandhouding en de valorisatie van zijn gebouwen en omliggende tuin gelegen in de Nationalestraat nr. 155 en in de Sint-Rochusstraat nr. 43 te Antwerpen, die rechtstreeks en lichamelijk gebruikt worden voor het maatschappelijk doel.

Artikel 4. Duur

De stichting is aangegaan voor een onbepaalde termijn.

TITEL II. BESTUUR

Artikel 5. Samenstelling van de Raad van Bestuur

De stichting wordt bestuurd door een als college handelende Raad van Bestuur, samengesteld uit:

  • een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs;
  • een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister bevoegd voor Volksgezondheid;
  • een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid;
  • een vertegenwoordiger van de Federale minister bevoegd voor Volksgezondheid;
  • een vertegenwoordiger van de Federale Minister bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking;
  • een vertegenwoordiger van de Provincie Antwerpen, aangeduid door de Bestendige Deputatie;
  • een vertegenwoordiger van de Stad Antwerpen aangeduid door het College van Burgemeester en Schepenen;
  • een vertegenwoordiger elk van de Universiteit Antwerpen, de Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Gent, de Katholieke Universiteit Leuven, aangeduid door de respectieve universiteitsbesturen;
  • drie vertegenwoordigers aangeduid door de Raad van Bestuur uit de leden van de Wetenschappelijke Raad voor Advies, waarvan sprake in Artikel 12;
  • vier gecoöpteerde leden, aangeduid door de Raad van Bestuur op basis van hun kennis van de zakenwereld, de ontwikkelingssamenwerking of de wetenschappen;
  • de directeur van het Instituut;
  • een vertegenwoordiger van het zelfstandig academisch personeel van het Instituut, verkozen door de leden van deze personeelsgroep;
  • een vertegenwoordiger van het tijdelijk wetenschappelijk personeel van het Instituut, verkozen door deze personeelsgroep;
  • een vertegenwoordiger van het administratief en technisch personeel van het Instituut, verkozen door deze personeelsgroep.

Artikel 6. Duur, hernieuwing en beëindiging van het mandaat van bestuurder

Het mandaat van de leden van de Raad van Bestuur duurt vier jaar en is hernieuwbaar.

De instelling die het mandaat verleent kan haar vertegenwoordiger te allen tijde vervangen.

Het mandaat eindigt van rechtswege wanneer betrokkene niet meer in functie is bij de instelling die het mandaat verleent.

Het mandaat van de bestuurders zal eveneens eindigen bij overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid, onder voorlopig bewindplaatsing, afzetting of verstrijken van de termijn waarvoor het mandaat gegeven is.

Bij het vrijkomen van een mandaat van bestuurder voorziet de mandaterende instelling binnen de drie maanden in de vervanging van de titularis.

Deze vervangers beëindigen het mandaat van hun voorganger.

De aanduiding door de Raad van Bestuur van de drie vertegenwoordigers van de Wetenschappelijk Raad voor Advies en de vier gecoöpteerde leden gebeurt op voordracht van de voorzitter en directeur. De aanduiding, verlenging en afzetting van deze bestuurders gebeurt bij consensus, of bij stemming met minstens een meerderheid van twee derde van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. De betrokken bestuurder kan niet deelnemen aan de beraadslaging maar heeft wel het recht gehoord te worden.

Artikel 7. Bevoegdheid van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur is bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of nuttig zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van de stichting.

Deze bevoegdheden zijn in het bijzonder:

  • Het opstellen en wijzigen van de statuten
  • het vastleggen van een huishoudelijk reglement met het oog op de eigen werking van de Raad van Bestuur;
  • het vastleggen van de overlegstructuren in het Instituut;
  • het oprichten, afschaffen of fundamenteel wijzigen van de onderwijspro­gramma's, wetenschappelijke onderzoeks­departementen en wetenschappelijke eenheden;
  • het inrichten van de medische diensten;
  • het vastleggen van de personeelskaders en de algemene arbeidsvoorwaar­den;
  • het vastleggen van de jaarlijkse budgetten en de goedkeuring van de rekeningen en de balansen;
  • de aanduiding van de commissarissen;
  • de aankoop van onroerende goederen en het vastleggen van de investerings­programma's voor de gebouwen en infrastructuur;
  • het vastleggen van de vacatures en de aanstelling van het wetenschappelijk, het medisch en het administratief (vanaf graad 8) kaderpersoneel met contracten van onbepaalde duur;
  • de bevorderingen en graadverhogingen van het personeel
  • het aanvaarden van legaten en erfenissen.

Artikel 8. Vertegenwoordiging van het Instituut

Het Instituut wordt in en buiten rechte rechtsgeldig verbonden door twee gezamenlijk handelende bestuurders.

De Raad van Bestuur kan bijzondere gevolmachtigden aanduiden die de stichting kunnen verbinden, binnen de perken van de hun verleende volmacht.

Artikel 9. Voorzitter en Ondervoorzitters

De Raad van Bestuur duidt onder zijn leden een voorzitter en twee ondervoorzitters aan, voor een termijn van vier jaar. Deze mogen geen personeelslid van het Instituut zijn.

De voorzitter legt de dagorde vast van de vergaderingen van de Raad van Bestuur en van het in artikel 10 hierna bedoelde Bureau. De wijze van vergaderen en de besluitvorming worden vastgelegd in een intern reglement.

Ingeval de voorzitter verhinderd is neemt de ondervoorzitter die het langst in functie is als bestuurder zijn of haar bevoegdheden over.

Artikel 10. Bureau

De Raad van Bestuur duidt binnen zijn midden een Bureau van maximaal zeven leden aan. Het Bureau staat de Raad van Bestuur bij in de voorbereiding en uitvoering van zijn opdracht. Het oefent de bevoegdheden uit die zijn gedelegeerd; deze worden vastgelegd in een intern reglement.

Het mandaat van de leden van het Bureau duurt vier jaar en is hernieuwbaar. De Voorzitter, de Ondervoorzitters, de Directeur en de vertegenwoordiger van het zelfstandig academisch personeel maken van rechtswege deel uit van het Bureau. De Voorzitter van de Raad van Bestuur zit het Bureau voor.

Artikel 11. Dagelijks bestuur en vertegenwoordiging

De Raad van Bestuur delegeert de bevoegdheden die te maken hebben met het dagelijks bestuur van het Instituut aan de Directeur en/of de Vaste Secretaris.

Het dagelijks bestuur omvat alle handelingen die nodig zijn om de objectieven en het beleid van het ITG op een kwaliteitsvolle en efficiënte manier uit te voeren.

Artikel 12. Wetenschappelijke Raad voor Advies

Een wetenschappelijke Raad van Advies staat de Raad van Bestuur bij voor de wetenschappelijke invulling van de opdracht van de stichting, beschreven in artikel 3.

De Raad van Bestuur duidt de voorzitter en de leden van de Wetenschappelijke Raad van Advies aan voor een termijn van 4 jaar, op basis van hun deskundigheid in voor het Instituut relevante gebieden. Dit mandaat is hernieuwbaar.

Personeelsleden van het Instituut kunnen geen lid zijn van de Wetenschappelijke Raad voor Advies. De Wetenschappelijke Raad van Advies kan vragen dat de directeur de vergaderingen met raadgevende stem bijwoont.

Artikel 13. Samenstelling van de Wetenschappelijke Raad voor Advies

Deze wetenschappelijke Raad van Advies is samengesteld uit:

  • een voorzitter;
  • een vertegenwoordiger voorgesteld door elke Belgische universiteit die diploma’s van de tweede cyclus van arts of dierenarts aflevert;
  • een aan het totaal van de universitaire vertegenwoordigers gelijk aantal internationale deskundigen werkzaam op het gebied van de gezondheidszorg of de wetenschappen.

Artikel 14. Directeur

De Raad van Bestuur stelt de Directeur van het Instituut aan en legt zijn of haar bevoegdheden en wedde vast. De aanstelling of afzetting van de directeur gebeurt bij consensus, of bij stemming met minstens een twee derde meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde bestuurders.

De Directeur neemt de dagelijkse leiding van het Instituut waar en heeft toezicht over alle activiteiten. Hij/zij is hiervoor verantwoordelijk tegenover de Raad van Bestuur.

De Directeur is lid van de Raad van Bestuur en het Bu­reau. Bij tijdelijke verhinde­ring van de Directeur wordt zijn/haar taak waargenomen door een voltijds lid van het zelfstandig academisch personeel, door hem/haar aangeduid uit een op voorhand vastgelegde lijst van gemachtigde vervangers. Deze delegatie wordt goedgekeurd door de Voorzit­ter van de Raad van Bestuur en meegedeeld aan de Vaste Secretaris.

Artikel 15. Vaste Secretaris

De Raad van Bestuur stelt een Vaste Secretaris aan en legt zijn of haar bevoegdheden en wedde vast. De aanstelling of afzetting van de Vaste Secretaris gebeurt bij consensus, of bij stemming met minstens een twee derde meerderheid van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde bestuurders.

De Vaste Secretaris van het Instituut is belast met de algemene admini­stratie, het beheer van het personeel en de financiën, het tech­nisch beheer van de gebouwen en de infrastructuur, en het algemene onder­houd.

De Vaste Secretaris van het Instituut is tevens Secretaris van de Raad van Bestuur en van het Bureau.

De Vaste Secretaris kan worden bijgestaan door een Adjunct-secreta­ris die hem/haar ver­vangt in al zijn/haar bevoegdheden bij afwe­zigheid.

Artikel 16. Bijeenroeping van de vergadering van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur vergadert na bijeenroeping door de Voorzitter, zo dikwijls de belangen van het Instituut dit vereisen en tenminste tweemaal per jaar. Onverminderd artikel 20 van deze statuten gebeurt de bijeenroeping per brief, tenminste tien dagen vóór de vergadering.

De Raad moet bijeengeroepen worden als drie bestuurders hierom verzoeken.

Drie bestuurders mogen per brief de inschrijving van een punt op de agenda van de Raad van Bestuur vragen.

Indien de dagorde de bespreking van de rekeningen van het voorbije jaar of van de begroting voor het volgende jaar voorziet, moet de bijeenroeping vergezeld zijn van de betreffende jaarrekeningen of begrotingen.

Artikel 17. Besluitvorming

Onverminderd artikel 20 kan de Raad van Bestuur geldig beraadslagen en beslissen indien minstens de helft van het aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De Raad van Bestuur neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid van stemmen. In geval van gelijkheid van stemmen is deze van de Voorzitter of diens vervanger doorslaggevend.

Over de aangelegenheden die niet op de agenda vermeld zijn kan de Raad van Bestuur enkel rechtsgeldig beraadslagen en besluiten als alle aanwezige of vertegenwoordigde leden ermee instemmen.

Ieder bestuurder kan bij gewone brief, fax of elektronisch communicatiemiddel, gericht aan de Voorzitter via de Vaste Secretaris, aan een andere bestuurder de opdracht geven om hem of haar te vertegenwoordigen op een welbepaalde vergadering en om in zijn of haar plaats te stemmen. De opdrachtgever wordt in deze omstandigheden als aanwezige aangerekend. Een bestuurder kan slechts één ander lid van de raad vertegenwoordigen.

In uitzonderlijke gevallen wanneer de dringende noodzaak en het belang van het Instituut dit vereisen, kan de Raad van Bestuur op voorstel van de Voorzitter schriftelijke besluiten nemen.

Artikel 18. Notulen

De Vaste Secretaris verzorgt de notulen van de vergaderingen. Deze worden goedgekeurd en mee ondertekend door de Voorzitter.

De notulen worden geklasseerd in het register van de notulen van de Raad van Bestuur. Dit bevindt zich in de zetel van de stichting, waar alle leden er inzage van kunnen nemen.

De afschriften of uittreksels, die in rechte of elders moeten worden voorgelegd, moeten ondertekend worden door de Voorzitter of de Directeur of, bij hun afwezigheid, door twee leden van de Raad van Bestuur.

Artikel 19. Belangenconflict

Wanneer een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een mogelijk belangenconflict heeft bij een beslissing of een verrichting van de Raad van Bestuur, moet hij/zij dit vooraf meedelen aan de Voorzitter, en in voorkomend geval aan de commissaris. De bestuurder die zich in deze omstandigheid bevindt kan niet verder deelnemen aan de beraadslaging en aan de stemming. Zijn/haar gemotiveerde verklaring zal in bijlage gevoegd worden bij het procesverbaal van de vergadering.

TITEL III. WIJZIGING VAN DE STATUTEN

Artikel 20. Wijziging van de statuten

Onverminderd artikel 30 §2 van de Wet kan de Raad van Bestuur besluiten van de statuten te wijzigen. In dit geval gebeurt de bijeenroeping tenminste dertig dagen voor de vergadering.

De Raad van Bestuur kan alleen rechtsgeldig over een wijziging van de statuten beraadslagen en besluiten als tenminste twee derden van de leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien dit quorum niet bereikt wordt, moet een nieuwe vergadering bijeengeroepen worden, met inachtneming van een nieuwe minimumtermijn van 30 dagen. In deze nieuwe vergadering beraadslaagt en besluit de Raad van Bestuur dan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

Een besluit tot statutenwijziging vereist een meerderheid van twee derden van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders. Een wijziging van het doel en van de activiteiten van de stichting, zoals omschreven in Artikel 3, vereist echter een meerderheid van vier vijfden van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

TITEL IV. BOEKJAAR - JAARREKENING - BEGROTING – CONTROLE

Artikel 21. Boekjaar, jaarrekeningen en begroting

Het boekjaar van de stichting gaat in op één januari en eindigt op éénendertig december van elk jaar. De boeken en de bescheiden worden afgesloten op het einde van elk boekjaar.

Ten laatste binnen de zes (6) maanden na de afsluiting van het boekjaar maakt de Raad van Bestuur de inventaris op, de jaarrekening van het voorbije boekjaar en de begroting van het volgend, dit is het lopend boekjaar.

De goedgekeurde jaarrekening dient overgemaakt te worden aan de bevoegde overheid.

Artikel 22. Commissarissen

De Raad van Bestuur draagt de controle van de financiële toestand, van de jaarreke­ning en van de regelmatigheid van de verrichtingen daarin op aan één of meer commissarissen. Zij benoemt deze onder de leden van het Instituut der Bedrijfsrevisoren, voor een termijn van drie (3) jaar. Desgevallend bepaalt de Raad van Bestuur ook de bezoldigingen van de commissaris(sen).

Op straffe van schadevergoeding kan de Raad van Bestuur de commissaris(sen) enkel om wettige redenen van hun opdracht ontslaan.

TITEL V. ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 23. Ontbinding en vereffening van de stichting

Alleen de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de stichting haar zetel heeft kan, in de gevallen voorzien in artikel 39 van de Wet, op verzoek van de stichters, van één van hun rechthebbenden, van één of meer bestuurders of van het openbaar ministerie de ontbinding uitspreken.

De rechtbank kan beslissen tot de onmiddellijke afsluiting van de vereffening, of een vereffeningswijze bepalen en één of meer vereffenaars aanwijzen. Na afloop brengen de vereffenaars verslag uit bij de rechtbank.

In geval van ontbinding van de stichting zullen de netto-activa na vereffening overgedragen worden aan de Vlaamse Gemeenschap, die deze activa zal benutten voor doeleinden en activiteiten gelijkaardig aan deze beschreven in artikel 3 van deze statuten.

Artikel 24: Aanvullend recht

Alles wat deze statuten niet uitdrukkelijk voorzien zal worden geregeld volgens de Wet en haar uitvoeringsbesluiten.